Die Luyden van 't Hooge Veene


Middeleeuwen

Machtild van Oostering

Machtild
In Pesse woonde ooit Machild van Oostering. Ze zal zichzelf aan u voorstellen:

"Ik ben Machtild van Oostering en ik ben rond 1025 geboren in Oostering als dochter van Godekin van Oostering en Bertrada van Ruyne. Toen ik ongeveer 13 was ben ik getrouwd met Rodulf van Waninghe. Hij was toen ongeveer 16 jaar. We hebben in totaal zes kinderen gekregen, waarvan er nog drie in leven zijn. Onze oudste zoon Lutgert is ingetreden in de abdij van Ruinen. Hij is benedictijner monnik en bidt dagelijks voor ons zielenheil. Zelf gaan we in ieder geval altijd tijdens Sinte Cathrien naar het klooster. Onze tweede, dochter Etelgis, is de deur uit. Zij is een aantal jaren geleden getrouwd met Hildulf van Anne en woont nu in Anne. Alleen onze jongste zoon, Godekin, is nog bij ons op de vaelt."

"Wij bewonen één van de zes vaelten in Pesse. Wij zijn geen vrije boeren, maar zijn horig aan het kapittel van Sint Pieter. Op de boerderij houden wij voornamelijk vleeskoeien. Momenteel hebben wij zo'n veertig koeien voor de mesterij. De koeien worden verhandeld naar Kampen. Naast het vee hebben we ook nog rogge staan. We hebben een vlasveldje en buiten het dorp hebben we een speciale vijver aangelegd voor het verwerken van de vlas (vlas moet eerst een poosje rotten in het water. Dat stinkt vreselijk. De middeleeuwer deed dit dan ook het liefst ver van huis).

En natuurlijk hebben we wat gerst en haver voor het maken van de mout voor het bier. Bier maken we hier ook zelf, tenminste voor eigen consumptie. Aan de mout voegen we dan allerlei kruiden toe, zoals gagel.

Naast het werk op de boerderij heb ik nog andere bezigheden. Zo klus ik nog bij als borduurster voor de vrouwe van Ruinen. In de wintermaanden weef ik wat en ik probeer daarvan wat te verhandelen op de jaarmarkt in Ruinen. Van hetgeen ik daar verdien kan ik weer andere zaken kopen, zoals mooie zijde, kruiden, specerijen of aardewerk uit Duitsland.

We maken in principe het meeste zelf op de vaelt. Voor al dat handwerk hebben we speciale hutkommen op het erf staan. We hoeven al het werk niet zelf te doen, want gelukkig wonen er nog lijfeigenen aan de rand van het dorp. Deze moeten van de heer ons op de boerderij helpen.

Het eten wat we het meest klaarmaken is potage en warmoes (= snijbiet). Bij een potage gooi ik gewoon alles gezamenlijk in de pot en laat het een paar uur doorkoken. Tegen een uur of twee a drie 's middags gaan we dan wat eten. Nee, ontbijten dat kennen we niet. Om twee uur hebben we ons noenmaal. Dat is het eerste maal van de dag. Ik serveer de potage meestal op een bord gemaakt van brood. Wat water of bier erbij, maar meestal water hoor, en klaar ben ik. Meestal voeg ik vis toe - dat zit hier genoeg in het Diepje - en heel veel kruiden. Als we zelf vlees eten is het meestal wild, ook wild zwijn, of rundvlees. Als nagerecht hebben we meestal wat kaas en boter. 's Avonds eten we hetzelfde eten weer".

Machtild, hoe zit dat nu met oud Drenthe en de schapen, daar horen we je niet over?

Machtild: "Nee, schapen houden we haast niet. We hebben er wel een paar rondlopen natuurlijk, voor de wol. Verder heeft een schaap niet zoveel nut. Ja de melk, die kunnen we natuurlijk ook nog wel gebruiken. En het vlees natuurlijk".

naar boven

terug

facebook die luyden