Die Luyden van 't Hooge Veene


In het nieuws 2008

Wat in de media te lezen viel over Die Luyden van't Hooge Veene:


DIE LUYDEN OP SEE

MIDWINTER BIJ "DE WINKEL"

DIE LUYDEN BIJ DE SLAG OM GROLLE 1627

NEDERLANDSE VERENIGING VAN HUISVROUWEN

VAN STOKLEGGING TOT VESTINGDAGEN

NATIONALE MOLENDAG MET 17E EEUWSE KLANTEN

VAN WINGS, WHEELS, SOPPE EN LOSSE HANDJES

DRIE DOLLE DAGEN VOOR DIE LUYDEN

SCHOOLKLASSEN OP ZOEK NAAR CILIE

KRINGAVOND HISTORISCHE KRING HOOGEVEEN

Cilie met lantaarn

MANTELZORGMIDDAG VAN GGZ DRENTHE

VAN EEN KUNSTWERK EN KUNSTIG BIER


Naar nieuws uit 2017

Naar nieuws uit 2016

Naar nieuws uit 2013

Naar nieuws uit 2012

Naar nieuws uit 2011

Naar nieuws uit 2010

Naar nieuws uit 2009

Naar nieuws uit 2007



DIE LUYDEN OP SEE

Zondag 14 december 2008

Een waarachtig verslag van Merrighje Jans van de Swarte van Swol:

Den laatsten 14 December was eene schrikagtigen dag voor Die Luyden. Eenige lieden in die stede van Lelystad hadden onser gevraagd eene jaaremarkte aldaer te besoeken. Geener onser hadde van die stede van Lelistad ooit vernomen, maar door bekykinge van de door de lieden aldaar gedane aanwijsinghen en door de nodighe bestuderinghe van de in het compagnieshuus bewaarde kaarten, bleek dat wy ons naar de bodem van de Suyderzee hadden te begeven. Van schippers uit de Sluus hadden wy gehoord dat het op die Suydersee langhe niet pluis en soude syn. Menigh schip had daar syne leste reise gesien ende gemaeckt. Ik hebbe van dese vertellingen de schippers daer de hele nagt de slaap niet van ende cunnen vatten.

Het was eene fortuyn dat onse schulte den heere Lucas Steenbargh eenige paarden en wagens tot onse beschikkinghe stelde, sodat we alras inde buurte van Swol aankwamen. De weghe naer de stede van Swol was in soodanige veranderinghe, dat ik volledig confuus geraeckte. Soo als gy weet, ben ick uit die stede van Swol geboortigh. Als in eene droome vlogen wy over de straatweg. Om ons heene waeren daer oock veele andere wagens, die gelyck ons daer ende over vlogen. Het was eene gruwel.

Het bevreemde mij ten seerste, dat daer geene see meer te bekennen was. Al waar ik mij de woeste golven nog voor het oog halen en conde, sagh ik nu groene weiden en veele bossen en ander gewas en struweel. Oock stonden daer enige grote husen. Den plaetse Lelystad bleeck een seer groote stad te zyn met veel mensen daer al wonende. Doen wy daer al en kwamen, was die markte reeds aangefangen. Snel setten wy ons daer neder, om die neringh te doen beginnen. Onse gruwelycken vuurspuwer Johannes Vondeling hadde hiel wat volk om hem staande. Zy waeren gans verwonderd over die sulcken duvelschen consten die hij daer al ten toone spreidde. Roelofjen Geerts konde op het viere onser waert Pieter le Court de bolbuiskes gereed maecken. Sy smaeckten seer goet. Ick hadde my daer toegeset om die wyne te maecken ende te coocken. Ook hadde ik eenige wolle daer en mede gebraght om dese te schonen. Men conde sien dat het stadsvolk geene boerenfolke is. Eenighe der lieden wilden eene schaap daer en ombringhen om die wolle te verkrygen. Ik hope det men niet dergelycke barbieren in desen stede vindt. Soo als in 't gebruuck vaek siende, had Willem syne lederen vlechtwarcke weder medegenomen. Soo hadden wy allen enighe arbeit te doen op die merckte. Oense koopjeude had syne neringhe om die nekke gebonden, soodet hy eenige waeren vercopen en soude.

Daer waeren oock velen lieden die op de hoorns en bliesen. Oock onser schulte Lucas Steenbarghe, had siene horens medegenomen, soodat oock dese conden schallen binnen die stede van Lelystadt.

Na desen bysonderen daghe, syn wy des avonds weeromme gerijst, naer die stede van Hooge Veene, alwaer ik blyde was myne bedde stede weer te syn soodat ik my neder leggen conde.

Merrighje Jans van de Swarte van Swol

- Daer myne hand niet soo ende goet is, is desen opgeschreeven door d' schoolmeister op Hooge Veene -

naar boven


MIDWINTER BIJ "DE WINKEL"

Vrijdagavond 12 december 2008

Het was koud, het waaide, de laatste bladeren stoven om de huizen...
Kortom best weer voor midwinterblaozers. En voor verhalen, verteld bij het open vuur.

Die Luyden waren in Koekange bij Brocante de Winkel, dat helemaal omgetoverd was in kerstsfeer. En ook al is de Winkel altijd al voer voor nostalgie; in kerstsfeer, met Die Luyden erbij, gaat dat dubbel tellen!

Er werd geprobeerd om alloude Bolbuussies te bakken volgens oud-drents recept, en op open vuur. Tja, dan heb je een groot vuur nodig op zo'n koude avond. En licht, hoe deden ze dat in de 17e eeuw?
Verder werd er gesmuld in een gerecht van pastinaak met uien. En terwijl er intussen flink gesnuffeld werd (er waren 's avonds 250 bezoekers!) tussen antiek, curiosa, streekproducten, en een heuse ouderwetse kruideniersopstelling, kon men ook genieten van al het vreemde dat de 17e eeuwers te vertellen hadden.

Wilt u Brocante de Winkel ook bezoeken?
Ga naar de Dorpsstraat 68 in Koekange; leuk in elk seizoen!

naar boven


DIE LUYDEN BIJ DE SLAG OM GROLLE 1627

Zaterdag 18 oktober 2008

Vorig weekeind zat het bonte gezelschap van Die Luyden van 't Hoogeveene in 2 auto's om in alle vroegte vanaf Hoogeveen af te reizen naar Grolle. Grolle? Ja, Grolle. Oftewel Groenlo in 1627. Als die Luyden hadden we een plaatsje in de stad zelf gekregen. De slag om Grolle (zie ook een youtubefilmpje op onze luyden-hyve, ook te vinden via LINKS) werd daar 3 dagen lang nagespeeld. En het was wel een spektakel, zeg. Maar liefst 600 soldaten uit De Opstand maakten Groenlo onveilig. Ook een aantal soldaten uit de Dertig Jarige Oorlog waren present. Er was voor rasechte living history mensen als wij met elkaar dan ook genoeg te bekijken en te beleven.

Wij hadden ons eigen plekje in de stad. Maar liefst twee kramen mochten we vullen en we hadden ook nog een pleintje tot onze beschikking. Daar werd kooktechnisch natuurlijk dankbaar gebruik van gemaakt. Op open vuur werd de hele dag gekookt: struyfkoeken met spinazie voor bij de lunch. Samen natuurlijk met ons onvolprezen zuurdesemroggebrood van de molen in Hoogeveen. En 'goeie botter', dat spreekt vanzelf. Verder rode kool met appels, rozijnen en peperkorrels, een rode druivensaus en allerley groen (een gerecht met deze keer kropsla en spinazie). Ook was het nog de bedoeling om rijstepap te koken, maar dat mislukte. Toch nog maar eens kijken hoe dat het beste boven open vuur kan. Het gerecht staat toch echt in 17de eeuwse kookboeken.

En wat is een echte 17de eeuwse zonder haar tinnen beker met wijn? Nergens natuurlijk. Roelofje Geers en Merrighje Jans zijn dan ook naarstig op zoek geweest naar een fles wijn met een echt 21ste eeuwse schroefdop. Ach ja, wijn in flessen is pas 17de eeuws en rond 1700 werden er pas kurken opgehengst. Dus, zo'n fles met kurk is ook al niet erg authentiek. Maar wat het ergste was: we hadden geen kurkentrekker meegenomen. En ja, nood breekt nog altijd alle wetten.

Natuurlijk ook nog eventjes inkopen gedaan. Merrighje heeft in ieder geval een mooie berkenmeier kunnen scoren (wie niet weet wat dat is, zoekt dat maar fijn op op google) en Marga heeft een mooi glas voor de komende tentoonstelling aan kunnen schaffen.

's Avonds was er nog een fakkeltocht door Groenlo. Onze schulte Lucas had twee lantaarns meegenomen. Zo hoefden we niet met fakkels te lopen. Halverwege zijn we afgenokt. De voeten wilden bij een aantal groepsleden niet meer. En zelfs het zingen uit onze geliefde Valerius mocht niet meer genoeg spirit geven. Terug naar de venen, alwaar in dit luisterrijke jaar 1627 nog steeds niets gebeurd (we moeten even wachten tot 1636 tot de eerste huizen in Hoogeveen verschijnen).

naar boven


NEDERLANDSE VERENIGING VAN HUISVROUWEN

Maandag 13 oktober 2008

Maandag 13 oktober waren we (Merrigje, Pieter, Roelofje, en die jood Juda) op bezoek bij de vereniging van huisvrouwen, in het Herman Bavinckhuis in Hoogeveen. We namen de dames mee terug naar "onze" tijd.
We hebben het gehad over: normen en waarden, het geloof, onze gewoontes, eten en drinken, De VOC mentaliteit, kleding en fatsoen, en wat al niet meer.

Samen zijn we er achter gekomen dat er veel is veranderd na 1650, en dat het spreekwoord "wat een boer niet kent, dat vret hij niet" echt niet klopt.
Aan het eind van de avond hebben we nog een paar bekende liedjes gezongen, die een aantal dames van de vereniging, soms met een iets andere melodie, nog wel kenden.

Zo zie je maar weer, niet alles veranderd.

naar boven


VAN STOKLEGGING TOT VESTINGDAGEN

Van mei tot september 2008

Zaterdag 21 juni 2008 was er weer een Stokleggingsdag. Groter opgezet dan vorig jaar, en hij duurde de hele dag. Met de Batavia-werf en hun kanonnen!, en diverse andere artiesten: zeer de moeite waard!

Verder waren we actief op de etstoeldag in Anloo en verzorgden we de Hagepreek te Schoonoord. 30 augustus was het Dikke Tinne festival in Hattem een groot succes. Daarna op 6 september als zomerafsluiting de Vestingdag te Coevorden.

naar boven


NATIONALE MOLENDAG MET 17E EEUWSE KLANTEN

Zaterdag 10 mei 2008

Afgelopen zaterdag - de zaterdag voor pinksteren - was het Nationale Molendag. Korenmolen De Zwaluw in Hoogeveen kreeg klanditie waar ze eigenlijk niet meer op gerekend had. 17e eeuwse klanten, geheel in kledij en met praat uit hun eigen tijd, zorgden voor een welkome aanvulling op het eigen molenprogramma.
Van boven tot onder, van binnen en van buiten, was de molen te bezichtigen en was de molenaar te bevragen op alle mogelijke wetenswaardigheden.

molendag1

Hoogeveen had ook nog een ander nieuwtje. De tamboer ging weer rond als dorpsomroeper. Dat hij de mensen ter kerke riep, dat wisten we al, maar dat hij op de Hoofdstraat en de stegen er omheen ook de nieuwtjes van de handelaren verder bracht dat werd al in geen tientallen jaren meer gezien. Het zijn Die Luyden van 't Hooge Veene die de 17e eeuwers neerzetten, maar ook de 'nieuwe' oude tamboer. De dorpsomroeper. Verkrijgbaar in vier uitvoeringen: 16e, 17e, 18e en 19e eeuws. Maar iedere keer origineel, tot en met het vel op de trom.

naar boven


VAN WINGS, WHEELS, SOPPE EN LOSSE HANDJES

Donderdag 1 mei 2008

wings-&-wheels1

Ja dat laatste ook, maar daar komen we nog wel op om de boel even spannend te houden. Wat voor de een de toekomst is, is voor de ander een teken van het Einde Der Tijden. Een vliegtuig, hoe komen ze erbij. Ja, die gekke italiaan waar we toentertijd in Drenthe nog niks van wisten, die Leo uit Vinci of zo, die gelooft erin, nou die was hier in het dolhuis gezet.
In de 17e eeuw. Niet in de 21e, waar wij weer even beland waren. Midden wat vloog, reed en het wel of niet deed. Prachtige oude wagens, motoren, brommers, de hele luchtvloot van Hoogeveen en daar tussenin Die Luyden.
Met een open vuur waarop we ter plekke Soppe maakten. Laten we het maar met een hoofdletter schrijven want het wordt steeds beter. Een mooie dubbele kraam, twee tafels vol met mooi spul, prachtig weer - de wolken en buien dreven tot 5 uur precies langs ons - en veel publiek.

wings-&-wheels2
Tussendoor even wat boodschapjes doen. Ja, als er toch een touwdraaier staat die nog wat hennep heeft dan moet je wat regelen.
Johannes "speide der op los", het vuur vloog hem uit de kinnebak.
Roelofje ontdekte een middel om siepels te snijden zonder janken (van de wind af) en Merrichje had een slechte dag: wel kerels, maar niks aan de haak.
Pieter en ome Frerik regelden der op los en Willem had je geen kind aan. Als die met zijn mooie blote benen voor de kraam staat zitten moet je eens zien hoeveel aandacht die trekt. Tot dames toe die zich niet kunnen bedwingen. Maar de boerenknecht, hij zwoegde voort, leren buideltjes maken is het werk dat hij in zijn vrijetijd op zich heeft genomen. Als hij vrij heeft, want we zetten hem vandaag flink aan het touwdraaien tussendeur.

En die losse handjes?
Je moet eens zien hoe los je in de polsen wordt als je scharrebier achteroverslaat. Dat trommelt lekker, als tamboer. Je moet eens zien hoe los die tong wordt als je dan als dorpsomroeper over de markt loopt........ Nee, Lucas weet van niks...

naar boven


DRIE DOLLE DAGEN VOOR DIE LUYDEN

25, 26, en 27 april 2008

Het begon vrijdag 25 april.
Toen Hoogeveen begon te slapen, kwamen Die Luyden tot leven. Vanuit het Museum de 5000 Morgen werd voor de 2e keer een spooktocht georganiseerd. Merrichje Jans van de Swarte van Swol en Hendrik Booij hadden elkaar bij leven nooit ontmoet, maar hun geesten vonden aansluiting, zo bleek. Onder hun leiding doolden de levende zielen van 50 Hoogeveense gasten door de plaats.
Wie bezig is met geschiedschrijving heeft een taak in zorgvuldigheid. Er zijn echter zoveel sterke verhalen, die vaak niet een grond van waarheid in zich hebben, maar toch weer zo mooi zijn dat vergeten niet aan de orde is, dat ze een eigen plekje verdienen. En dat is in deze spooktocht. De voorspooksels, naspooksels, de dolende zielen op de begraafplaatsen, Harm Sieders die van het brugje wordt geschoten, Jan Kroezen op weg na een viervoudige moord, Caatje van de rentmeester die geschaakt en onteerd wordt, de vermoorde ruiterij van de bisschop van Munster... Teveel om op te noemen.
De verhalen werden tot leven gebracht doordat niet een maar twee groepen door Hoogeveen doolden. Achter de schermen trok en troep Luyden met de lieden mee. Pieter bleek ook een goede Harm Sieders, Willem kon Jan Kroezen worden, Roelofje als zichzelf vertelde over de nevelhekse, Oom Frerik was Godschalk de Jeude, Johannes als zichzelf spuwde vuur dat Hoogeveen aan alle kanten oplichtte in het donker. Klaasje en Jentje zetten een dienstmeid en een troostende buurvrouw neer, toen op het Kruis het verhaal van Caatje werd verteld. Klaasje en Jentje waren vandaag voor het eerst bij de groep. Een debuut, en wie weet ooit een vervolg. We werden ook nog geassisteerd door Marrijgie en een zwarte kat. Om 00.00 uur, op het Kruis, kwam deze uit het niets tevoorschijn.
Waart oe veur het kwaod...

Zaterdag 26 april.
Op zoek naar het kwaad, in de persoon van de bisschop van Munster, dwaalden drie weerbare mannen uit Hoogeveen door Coevorden. De manschappen van Coevorden en het garnizoen waren uitgetrokken, op zoek naar de bisschop. De Luyden waren ter assistentie aangetrokken om de stad te bewaken. Volledig in de beschikbare bewapening, geassisteerd door 2 Coevorder jongemannen, die om en om de trom roerden, werden de straten afgestruind. Pieter Lacourt, Johannes Vondeling, Lucas Steenbergen en Geerte...
Geerte? Jazeker, weer een nieuwe naam. We zullen nog vééééél meer van haar horen onder een andere naam, maar vandaag was ze als marketenster met ons mee. Ze zorgde voor Marrijgie - zoals altijd aanwezig - en gaf de bevolking van Coevorden folders met info over 600 jaar stadsrechten. Alhoewel, 600 jaar? Het was een herbevestiging van die stadsrechten dus dat feestje van Coevorden zit een luchtje aan, maar ja, het blijft een feestje, en dat laten we niet bederven door de troepen van de bisschop. De Luyden werden alle kanten opgestuurd. Vragend naar waar de troepen gezien waren kregen we zulke tegenstrijdige informatie dat we uiteindelijk de conclusie moesten trekken dat ze overal zaten, alleen wisten wij nog van niets. Zelfs mensen met een zwaar Duitse tongval zeiden niets van de bisschop af te weten. Uiteindelijk besloten Die Luyden dat ze het best maar een ontvangstcomite zouden kunnen gaan vormen als de bisschop echt zou komen, want je met zijn vieren laten doodschieten voor een stad die ook MET de Munstersen feesten wil, dat leek ons niks. Er hingen namelijk al posters in de stad dat het muziekkorps van de Munstersen op zou treden, dus het stadsbestuur verwachtte de bezetting! Of moesten we dat anders opvatten? Hoe dan ook, Johannes spuwde vuur, ook toen de twee trommelaars onverwacht afgedropen waren. Toen kreeg Lucas de vuurdoop: hij moest op als tamboer. Enig oefenen thuis had blijkbaar effect gehad. Trillende handen hielpen nog meer. De nieuwe oude trommelslager was geboren...

Zondag 27 april.
Marrijgie is niet te stuiten. Deze avond ligt ze weer op de arm van Peter van Pesse. Die neemt waar in een kerkdienst in de Zuiderkerk. Het leven is blijdschap en verdriet, met alles er tussenin, en nog veel meer, zei de Prediker in zijn 3e hoofdstuk. Omdat dit centraal staat, kuierend van kribbe naar kruis, vanuit het eeuwige pelgrimschap belicht, kan het duo Peter en Marrijgie hier zijn vleugels uitslaan. Marrijgie gedraagt zich beeldig. Je hebt er geen kind aan...

naar boven


SCHOOLKLASSEN OP ZOEK NAAR CILIE

10, 11, 14, 15, 17 en 18 april 2008

Het was in de maand april een drukte van jewelste in cultureel Hoogeveen. De klassen van de bovenbouw van het basisonderwijs waren allemaal op zoek naar Cilie de Nevelhekse, een romanfiguur van de Hoogeveense schrijver en schilder Albertus Aleidis Steenbergen (1814-1900). Het verhaal van Cilie speelt zich af rond 1700. Natuurlijk waren dan ook Die Luyden ook ingeschakeld om de kinderen wegwijs te maken in de Gouden Eeuw. Het scholenproject was een initiatief van KunstRBij, een samenwerkingsverband van de culturele instellingen in Hoogeveen om educatieve activiteiten op het gebied van kunst, cultuur en erfgoededucatie voor het basisonderwijs te ontwikkelen. In het verband doen de volgende instellingen mee: SCALA (muziekeducatie en creatieve cursussen en opleidingen), Theater De Tamboer, Cultureel Centrum Het Podium, Openbare Bibliotheek Hoogeveen en Museum De 5000 Morgen.

En daar stonden ze elke dag: Pieter LeCourt (herbergier), Frederik ten Hovell (eigenerfde boer en markegenoot van Ten Arlo) en Merrighje Jans van de Swarte van Swol (camerennymf). Ook de schulte Lucas Steenbergen kwam even langs, evenals de heideboendermaakster en arbeidersvrouw Roelofje Geers. De kinderen kregen veel te horen: dat we geen aardappelen eten omdat we dachten dat we daar dood aan gingen, dat we ook nog geen tomaten, bruine bonen, sperziebonen of snijbonen kenden. Dat de mensen veel bier dronken, maar dat dat bier niet leek op het pilsje van nu. Dat we veel met schepen en schuiten deden. Dat de mensen maar weinig kleren hadden en dat ze zuinig waren op de kleren die ze hadden. Dat katoen heel duur was en dat veel kleren van linnen of wol waren gemaakt. Dat je voor een tulpenbol misschien wel een huis kon kopen. En dat Annechien, de vrouw van Frederik, een sleutel heeft voor op haar theekistje. Maar ook dat elk kind maar weinig naar school ging en daar vooral leerde lezen (uit den Bijbel, natuurlijk) vonden de kinderen wel helemaal erg vreemd. Als goede zeventiende eeuwse Drenten namen we het onderwijzend personeel natuurlijk nog een Drents examen af. Normaal is dit de taak van de schulte, maar die was voor zaken naar Rolde en Assen. Helaas, slechts twee leraren (van de pakweg 30 die de revue passeerden) zouden in de zeventiende eeuw voor de klas mogen staan. Op de vraag wat Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus inhield, moest de huidige leraar het antwoord schuldig blijven. Maar deze leraren verschenen volgens de leerlingen niet dronken op school ("Al was ie wal dronken, det gef niet. As-ie d'r mar is"). Natuurlijk vonden de kinderen de uitrusting van Pieter LeCourt als weerbarende man maar wat spannend ("mogen we ook even de piek vasthouden?", "nee hoor, je vraagt een politieman toch ook niet of je even z'n revolver mag vasthouden, het zijn echte wapens hoor"). En dat iedereen zijn eigen bestek bij zich had, dat was ook vreemd. En zonder vork? Ja, zonder vork.

Al met al kunnen we als Luyden terug kijken op geslaagde weken. Ook vanuit het onderwijs waren zowel kinderen als begeleiders enthousiast. Op naar het volgende project.

En hoe het eruit zag?:

Enkele foto's

naar boven


KRINGAVOND HISTORISCHE KRING HOOGEVEEN

donderdag 21 februari 2008

Twee minuten, meer praat ik niet, zei de voorzitter, en dan komen jullie op. Dus stonden we 20 minuten onder de spanning van "nu komt het!" te wachten tussen de coulissen. Ach, als 1000 jaar gelijk is aan 1 dag, kun je ook nooit weten hoelang 2 minuten duren.
Vooraf werd er flink gedacht over wat we zouden gaan doen. De mantelzorgmiddag, was een repetitie-mogelijkheid. Maar toen we het volledige avondprogramma van de Historische Kring zouden uitvoeren, hadden we eigenlijk niet veel meer dan enkele ijkpunten, waar we naar toe of omheen zouden werken. De rest was geimproviseerd. En zo hoort het ook bij levende geschiedenis. Je leert geen rol, je bent iemand anders op dat moment, en van daaruit ga je aan de slag, vanuit jezelf en vanuit wat de zaal je aan impulsen geeft. Want levende geschiedenis is communicatie met het publiek, met elkaar, met jezelf, vanuit je rol.

Wat deden we die avond?
Omdat natuurlijk onze volgende klanten via deze website mee kunnen kijken bij deze een poging om in het kort te vertellen wat we te bieden hadden en hebben. Los daarvan: er is geen moment gelijk, zelfs wezelf weten niet wat we nu precies gaan doen.

Wat we deden was een voorstelronde, een modeshow van 17e eeuwse kledij, powerpointpresentaties met uitleg (over wat levende geschiedenis nu eigenlijk is, over waarden en normen in de 17e eeuw, over weerbare mannen), een poging om te kijken of het aanwezige onderwijzende personeel wel geschikt is voor hun taak (een test volgens 17e eeuws model), exercitie van onze schutterij (eens per jaar, geen idee waarvoor, bij onraad lopen we hard weg, alleen bij brand functioneren we), achtergronden van de tamboer (wolvenjacht!), een goorspraak (inbrengen van alles wat er fout was gegaan, en dan maar boetes innen), en wat al niet meer. Tja, als je niks vooraf op papier hebt en je improviseert er bijna 2 uur op los, dan kun je het ook niet meer exact navertellen.

Wat we niet deden maar wel kunnen is een stoklegging (oud gebruik rond overdracht onroerend goed), een 17e eeuwse keuring (zoals ook met slaven gebeurde, kleding mag aan blijven), en nog véeeel meer.
We hadden sowieso wel 4 uur kunnen vullen die avond, maar wij hielden ons netjes aan de afgesproken tijd. En het publiek genoot, zo kregen we na afloop te horen.
Nog weken nadien werden we in Hoogeveen en omstreken aangesproken door mensen die het gezien hadden, een leuke avond hadden gehad, of ons gemist hadden, en hoorden van anderen dat het leuk was.

We eindigden ons optreden met een uitnodiging voor 21 juni. Historische dag Hoogeveen, Levende Geschiedenis (laten we nu maar hoofdletters gebruiken) van het beste soort.

naar boven


MANTELZORGMIDDAG VAN GGZ DRENTHE

dinsdag 22 januari 2008

Een aantal leden van Die Luyden waren aanwezig op de mantelzorgmiddag van de GGZ in Hoogeveen.
Roelofje Geers, Albert Frederiks ten Hovell, Pieter LeCourt en Margjen Jans van de Swarte van Swol waren afgereisd om de mantelzorgers een plezierige middag te bezorgen. Versterkt door gebak en thee en koffie - met dank aan de catering - werd er eerst een modeshow ten beste gegeven. De luyden stelden zich natuurlijk naar goed 16de en 17de eeuws gebruik ook voor aan de mensen.
Bij deze gelegenheid verklapte Pieter dat hij in zijn jonge jaren meegevaren had op een VOC-schip. Hij was wel drie jaar onderweg geweest. Met zijn verdiende centen kon hij de pacht betalen voor de herberg in Hoogeveen.
Margjen vertelde natuurlijk weer honderduit over haar zuster Jannetien, die net een mooie nieuwbouwwoning - ja zonder trapgevel - in de Jordaan in Amsterdam had betrokken.
Albert was nog steeds op zoek naar zijn koeien die hij aan het weiden was aan de oevers van het Oude Diepje.
Roelofje Geers was als gewoonlijk weer op zoek naar een bijverdienste als borstelmaakster (nee, ze wil nog steeds geen camere bij Margje).

Na de pauze, met allerlei lekkere hapjes,
werd er nog wat gezongen uit:
Valerius Gedenckklanck,
liederen van Bredero,
en natuurlijk het overbekende
'Al die willen te Kaap'ren varen'.

Het was een zeer geslaagde middag.

meer foto's

liedjes zingen op de mantelzorgdag
Bredero werd vanaf papier gezongen, de Kaap'ren ging uit het hoofd.

naar boven


VAN EEN KUNSTWERK EN KUNSTIG BIER

vrijdag 21 december 2007

De Luyden zijn op drift.
Wie haalt het nu in zijn of haar hoofd om twee activiteiten op een avond te plannen?
Nou ja, we hebben het dan ook niet gepland, maar toen de Gemeente Hoogeveen op zoek was naar blazers om de opening van een kunstwerk in Schoonvelde te begeleiden (dat grote werk op het heuveltje aan de A 28) was dat een kans om niet voorbij te laten gaan.
Vandaag werden we versterkt door Gezinus de Lange en Peter van der Sterre. Van tamboers in De Weide (Hoogeveen ten westen van de snelweg) was in het verleden nooit sprake. Daar hoort een tamboer dus net zo min als een ijsbeer op de zuidpool of een frietkraam in de Sahara. In De Weide schalden de boerhoorns en de herdershoorns. Denk dan niet direct aan schaapherders, want oorspronkelijk waren het vooral de koeherders die hier met hun vee kwamen. Vanaf 17.00 uur schalden dan ook overal door Schoonvelde–Oost, een deel van De Weide, diverse vormen van signaalhoorns, waarmee een wereldwijde traditie van blazen werd weergegeven.

Pieter Lacourt blies op de oude jachthoorn van de hoorn van een os, waarop ook bakkers hun klanten bij elkaar plachten te blazen. Lucas Steenbergen had zijn boer- c.q. herdershoorn bij zich en blies op de koperen signaalhoorn van de 17e eeuwse cavalerie (denk aan RITMEESTER Hendrik van Echten en de hoorns van de beurtschippers!). Peter van de Sterre blies in vol Scouting ornaat op de kudu-dwarshoorn. Niet alleen Scouting bracht die traditie over de hele wereld, de wijze van blazen is de oertechniek die waar dan ook werd gehanteerd: dwars op de hoorn. Gezinus blies op zijn extra lange midwinterhoorn, daarmee de nieuwere vormen van signalen aangevend die nu nog volop mensen weten te interesseren.
Wij zorgden voor het geluid, en een beetje beeld. Het meeste beeld werd bepaald door een groep steltlopers, die in het wit gekleed als nevelachtige figuren door het duister en de schaars opgestelde lampen wandelden. Het thema was dan ook: 'Velden van nevel'.

Zo trokken de mensen van De Weide naar het omgeploegde grasveld (gelukkig dat het vroor, anders zaten we tot de knieën in de blubber) waar Het Gebeuren zou plaatsvinden. Van de toespraak van wethouder Wietse van der Zwaag bleef niet veel hangen.
Merrichje van de Swarte van Swol was vandaag gekleed in haar 17e eeuwse burka. Ze werd de terp van het kunstwerk opgeholpen en afgetakeld. Nee, dat liep niet zo best op de keiharde bevroren ploegsporen, zonder bril ook nog eens een keer. Niet dat het opviel, want iemand als Lucas zag er niks van. Omdat die ook geen bril op had. Tussendoor vertelde Merrichje het verhaal van de Nevelhekse. Ze was min of meer verstopt in het duister, bij het kunstwerk op de heuvel. De eerste lampen deden inmiddels hun werk. De vier blazers stonden opgesteld tussen de lampen en de heuvel, waarbij de schulte van Hoogeveen er plotsklaps achter kwam dat er iets spookachtigs gebeurde. De nevelige lucht boven het bevroren gebied (het zou min 9 worden die nacht) werkte als een scherm, waarop de eerste lampen een schaduw produceerden van een honderden meters hoge schulte.
En toen gebeurde het. We werden aangekondigd als een hoornconcert, dat we niet waren en dat niet met ons was afgesproken. Wat we zouden doen was een mystieke sfeer oproepen tijdens de onthulling van het kunstwerk. Langzamerhand kwamen de lampen opzetten. Wij bliezen en bliezen. Gezinus blies een melodie, de anderen bliezen een donkere ondertoon.
En mysterieus dat het was. Uiteindelijk werd zo in het volle licht behalve het kunstwerk ook Merrichje onthuld, toen ze met hulp van derden in de volle lampen van de heuvel af werd geholpen.

Volgende fase:
sjezen in de auto’s naar het museum, al dan niet onderweg nog wat ophalend wat vergeten was. Om zeven uur stond de hele ploeg van De Weide in het Museum de 5000 Morgen waar een ander deel van de Luyden (Roelofje, Johannes, Homme, ga maar door) de eerste gasten al had opgevangen. Onze trouwe Willem toonde zich het meest flexibele lid van de Luyden, want hij boog en bewoog als een volwaardig knipmes, als hij voor de bezoekers de deuren opende en sloot. We hadden een teller op hem moeten zetten. Godschalk Jacobs, of hoe hij ooit nog eens zal heten (Henk Troost) was zich aan het prepareren op wat hij nog wel of niet zou gaan doen, maar liep vanavond gekleed als 16e eeuwse landman. Bij Kunst in de Kerk had hij de kleren van Willem al eens aangehad. Het zal nog verrassend worden als hij zijn uiteindelijke rol als lapjeskoopman zal hebben gevonden.
Wat gebeurde er verder? Over het opzetten van de kramen en de stress vooraf zullen we het maar niet hebben, laten we het houden bij de ontspanning van de avond zelf. Zo’n 75 koffiedrinkers waren er, maar vooral zo’n 100 bierproevers, en in totaal toch zeker zo’n 150 gasten. We hadden van alles voorbereid en kwamen maar aan weinig toe. En dat gaf niet, want we hadden met dat weinige al een prachtig programma, wat toch al zoveel was dat het publiek enthousiast reageerde.
Pieter had 17e eeuwse recepten gebakken, gekookt en wat al niet meer.
Homme vertelde over zijn bier.

Even na half 8 's avonds gaf Homme tussen een dicht op elkaar staande menigte uitleg over het bier-experiment. Gruitbier volgens middeleeuws recept op middeleeuwse wijze.
En toen kwam het. 130 kilo bierplezier kwam aan het woord. Zo stelde Hennie Heinsman zich voor, een van de topmensen van Grolsch.
Hij gaf uitleg over de biergeschiedenis in het algemeen en die van Nederland in het bijzonder, waarbij hij natuurlijk ook uitkwam bij het begin van Grolsch in 1615, onze tijd. Tussendoor stonden de Luyden verdekt opgesteld tussen de menigte in spanning te wachten op het grote moment. Wanneer rolt dat vocht nu over zijn tong, en wat zal hij er van zeggen? Toen HET uiteindelijk zou gebeuren, klonk een 17e eeuwse kreet: "Op de Prins van Oranje!". Met die wens ging het vocht richting toch, op en neer langs gehemelte, zichzelf tot gassen verheffend tot in de neusslijmvliezen, en zo smaak en geurassociaties achterlatend in de grijze cellen van de top-tong van Grolsch. Een zeer tevreden en verblijd kijkende Hennie Heinsman vertelde over de frisse, fruitige smaak van dit biertje, dat hem sterk deed denken aan geuzebier.
Zo vurig als de vlammen van onze vuurspuwer Johannes – die in tegenstelling tot in Wezup zichzelf vanavond niet in de fik zette – waren de verhalen en uitspraken daarna van de 99 anderen die van het heerlijke bier proefden.

Een zeer geslaagde avond, veel verhalen – en ook over de 17e eeuw, al zouden we dat bijna vergeten – en nog meer: veel ideeën voor alle mogelijk activiteiten in 2008.
Want wat er allemaal niet tussendoor al gebraind werd...

MARRIJGIE NIET TE STUITEN

Ons jongste lid, Marrijgie, had zich de 21e de volle avond stil weten te houden, op een kraam, tussen de 17e eeuwse spullen.
Ze bleek niet te stuiten, en was de 23e december in een voorbereiding op de kerstdagen in een evangelisatiedienst al weer beschikbaar om mensen duidelijk te maken in een allegorie op de Vrede wat voor tegenstellingen daar omheen beleefd kunnen worden. Ze lag in een stilleven, waarbij het mes op haar keel stond, want de katzbalger lag verdacht dichtbij.
En dat was de bedoeling. De oorgstmand waar ze in lag stond voor wat te verwachten was bij een echte Vrede, Shalom. Zo wenste ze ons allemaal die Vrede toe, maar dan wel binnen de uitleg van een brief van Paulus, Efesiers 6.

Marrijgie

naar boven


facebook die luyden